Index

Prikken (Petromyzonidae)
- Beekprik
- Rivierprik
- Zeeprik
Alen (Anguilidae)
- Aal
Haringen (Clupeidae)
- Fint
- Elft X
Zalmen en Forellen (Salmonidae)
Onderfamilie Salmoninae
- Beekforel
- Bronforel
- Regenboogforel
- Zalm X
- Zeeforel
Onderfamilie Thymallinae
- Vlagzalm
Onderfamilie Coregoninae
- Houting X
- Grote Marene X
- Kleine Marene X
Spieringen (Osmeridae)
- Spiering
Snoeken (Esocidae)
- Snoek
Hondvissen (Umbridae)
- Amerikaanse Hondvis
Karpers (Cyprinidae)
- Alver
- Barbeel
- Bittervoorn
- Blankvoorn
- Brasem
- Elrits
- Gestippelde Alver

- Giebel
- Graskarper
- Karper
- Spiegelkarper
- Kolblei
- Kopvoorn
- Kroeskarper
- Serpeling
- Sneep
- Riviergrondel
- Ruisvoorn
- Vetje
- Winde
- Zeelt
Modderkruipers (Cobitidae)
- Bermpje
- Grote Modderkruiper
- Kleine Modderkruiper
Meervallen (Silluridae)
- Meerval
Dwergmeervallen (Ictaluridae)
- Bruine Amerikaanse Dwergmeerval
- Zwarte Amerikaanse Dwergmeerval
Kabeljauwen (Gadidae)
- Kwabaal
Stekelbaarzen (Gasterostidae)
- Driedoornige Stekelbaars
- Tiendoornige Stekelbaars
Baarzen (Percidae)
- Baars
- Pos
- Snoekbaars
Zonnebaars (Centrarchidae)
- Zonnebaars
Donderpadden (Cottidae)
- Rivierdonderpad
Platvissen (Pleuronectidae)
- Bot
Harders (Mugilidae)
- Harder
Steuren (Acipenseridae)
- Steur X
Levendbarende Tandkarpers (Poeciliidae)
- Gup
Karpers (Cyprinidae)
- Goudvis
- Zilverkarper
- Grootkopkarper
- Roofblei
Afrikaanse Meervallen (Clariidae)
- Afrikaanse Meerval
Overig
- Blauwband
- Blauwneus
X = zeer zeldzame of verdwenen riviertrekvissen

Voorbeeldvis
Voor de herkenning van vissen word naar een aantal zaken gekeken; De bekdraden, de stand van de bek, het aantal schubben op de zijlijn en de vinnen.
1 De bekdraden; Het bezit van bekdraden is een belangrijk kenmerk, Vooral het aantal bekdraden en de lengte ervan, helpen mee om een vissoort snel op naam te brengen.
Tot de bekdraden worden gerekend alle aanhangsels naast, op en onder de bek.
2 De stand van de bek; Er zijn drie standen te onderscheiden:
• bovenstandig: de bek wijst naar boven
• eindstandig: de bek wijst naar voren
• onderstandig: de bek wijst naar beneden
3 Het aantal schubben op de zijlijn; De schubben op de zijlijn zijn van de andere schubben te onderscheiden, doordat het lijkt alsof er een klein, horizontaal streepje op staat. Om het aantal schubben op de zijlijn te bepalen, moeten alle schubben van de kop tot aan de staartvin worden geteld.
4 Aantal, vorm en plaats van de rugvin(nen); Een aantal vissoorten heeft twee rugvinnen, die al dan niet aanéén gegroeid zijn. Bij deze soorten voelt de voorste rugvin vaak stekelig aan Bij enkele soorten is de achterste rugvin zeer lang. Ook de vorm van een rugvin is vaak een belangrijk kenmerk, deze is dan bolrond of hol.
5 De vetvin; Tussen de rug- en staartvin komt bij een aantal vissoorten een kleine vin voor (de vetvin).
6 Vorm en plaats van de anaalvin; Van een aantal vissoorten is de anaalvin hol ingesneden Bij enkele andere soorten is de anaalvin juist bolrond van vorm, Sommige soorten bezitten een zeer lange anaalvin.

Aal

Herkenning: Het lichaam is slangachtig van vorm. De borstvinnen bevinden zich direct achter de kop. Op het achterste deel van het lichaam is, zowel onder als boven, een vinzoom aanwezig die uitloopt in de staartpunt. Buikvinnen ontbreken.

Verspreiding: Algemeen. Trekt meestal als glasaal van ca. 6 cm lengte vanuit zee de binnenwateren in. Volwassen exemplaren trekken terug naar zee om zich voort te planten. De glasaalintrek is tegenwoordig sterk verminderd.

Voedsel: het voorkeursvoedsel bestaat uit insectenlarven en kleine kreeftachtigen. Grote exemplaren eten ook wel visjes en weekdieren..

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 125cm

Afrikaanse Meerval

Herkenning: De afgeplatte kop telt 8 bekdraden aanwezig.

Verspreiding: Uitheems. Wordt op enkele plaatsen in ons land gekweekt. Is in het recente verleden in een aantal wateren terecht gekomen. De overlevingskans in de winter is nihil.

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 130cm

Alver

Herkenning: De bek is bovenstandig. Op de zijlijn liggen 48-55 schubben. De kleur is opvallend zilverachtig.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt met name in de rivieren meer algemeen voor.

Voedsel: insecten, insectenlarven en dierlijk plankton.

Lengte afgebeelde vis: 13cm

Lengte to circa: 25cm

Amerikaanse Hondvis

Herkenning: Over de staartwortel loopt een donkere band. De vinnen bij de staartvin zijn bolrond. De rugvin ligt ver naar achteren.

Verspreiding: Uitheems zeldzaam. Komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. In Noord-Brabant en Limburg plaatselijk vrij algemeen aanwezig in vennen en beken. Is goed bestand tegen verzuring van het water.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, wormpjes, kleine kreeftachtigen en visbroed.

Lengte afgebeelde vis: 7cm

Lengte to circa: 15cm

Baars

Herkenning: De 2 rugvinnen zijn gescheiden, waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft. Op de achterzijde van de voorste rugvin bevindt zich een zwarte vlek. Over het lichaam lopen een aantal verticale, donker banden.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in niet te troebele wateren.

Voedsel: Eet allerlei dierlijk voedsel, maar boven een lengte van 15cm vooral vis.

Lengte afgebeelde vis: 25cm

Lengte tot circa: 50cm

Barbeel

Herkenning: De bek is onderstandig met dikke uitstulpbare lippen. Er zijn 4 bekdraden aanwezog, waarvan 2 op de bovenlip en 1 in elke hoek van de bek. De rand van de rugvin is hol ingesneden.

Verspreiding: Zeldzaam. Wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het stroomgebied van de Limburgse Maas, maar komt in andere grote rivieren ook voor.

Voedsel: Vooral insectelarven, wormpjes en weekdieren.

Lengte afgebeelde vis: 40cm

Lengte to circa: 70cm

Beekforel

Herkenning: Op het lichaam komen rode en zwarte vlekken voor, die meestal blauw of wit zijn omzoomd. Bovengenoemde vlekken ontbreken op de staartvin. Er is een vetvin aanwezig.

Verspreiding: Zeldzaam. In verschillende beken wordt getracht door uitzettingen een natuurlijke forellenstand terug te krijgen. Ook komt beekforel door uitzettingen voor in het Veerse meer.

Voedsel: Voornamelijk insecten, insectenlarven, kreeftachtigen en soms kleine vissen

Lengte afgebeelde vis: 28cm

Lengte to circa: 100cm

Beekprik (Beschermd)

Herkenning: De zuigbek van een volwassen beekprik is voorzien van een raspschijf, deze is bezet met een klein aantal, nauwelijks zichtbare tandjes. Er zijn aan elke zijde 7 kieuwopeningen. De beide rugvinnen zijn vrijwel aaneengegroeid.

Verspreiding: Zeldzaam. Komt plaatselijk voor in beken. De larve van de beekprik (herkenbaar door het ontbreken van de ogen) leeft vrijwel geheel ingegraven in de bodem.

Voedsel: Larven en andere kleine voedseldeeltjes, die ze uit het langsstromende water filteren. Volwassen exemplaren voeden zich niet en leven slechts enkele maanden.

Lengte afgebeelde vis: 14cm

Lengte to circa: 16cm

Bermpje

Herkenning: Er zijn 6 bekdraden van ongelijke lengte aanwezig, waarvan 4 op de bovenlip en 2 in de hoeken van de bek. Lichaam en vinnen zijn onregelmatig vaag gevlekt. De voorzijde van de rugvin bevindt zich vóór de voorzijde van de buikvinnen.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Het bermpje komt in veel beken op zandgrond vrij talrijk voor.

Voedsel: Voornamelijk kleine diertjes zoals insectenlarven en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 9cm

Lengte to circa: 15cm

Bittervoorn

Herkenning: Op de korte, onvolledige zijlijn liggen 34-38 schubben. Op de achterzijde van het lichaam bevindt zich een horizontale blauw-groene streep. In het voorjaar zijn de vrouwtjes in het bezit van een zogenaamde legbuis.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt plaatselijk in groter aantal voor in schone stilstaande wateren. De bittervoorn is voor de voortplanting afhankelijk van de aanwezigheid van grote zoetwatermosselen.

Voedsel: Voornamelijk plantaardig materiaal, dierlijk plankton en insectenlarven.

Lengte afgebeelde vis: 8cm

Lengte to circa: 10cm

Blankvoorn

Herkenning: De bek is eindstandig. Boven in het oog bevind zich een rode vlek. Voorzijde rugvin boven voorzijde buikvinnen. Op de zijlijn liggen 43-47 schubben.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in allerlei watertypen.

Voedsel: Voornamelijk slakjes en insectenlarven, soms plantdelen.

Lengte afgebeelde vis: 16cm

Lengte to circa: 45cm

Blauwband (beschermd)

Herkenning: De bek is bovendtandig. Er is een, niet altijd goed zichtbare, donkere band van de neus tot aan de staart. Mannetjes zijn donkerder van kleur, in de paaitijd staalblauw. Kop en kieuwdeksels zijn dan violet en roodachtig.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Vissoort uit oost-Azië. Breidt zich naar het westen uit. Is aangetroffen in beken en andere wateren in Noord-Limburg en in maas en Rijn.

Voedsel: Kleine kreeftachtigen, slakjes en algen.

Lengte to circa: 7cm

Blauwneus (beschermd)

Herkenning: De blauwneus heeft een vlezige snuit. Het voorste gedeelte van de kop heeft een donkere, blauwachtige schijn. De anaalvin is langer dan bij de sneep, er zijn 20 tot 25 vinstralen. De onderstandige bek is hoefijzervormig. In de paaitijd heeft de blauwneus een blauwzwarte bovenzijde en buik en vinnen worden oranjerood.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Uit Oost-Europa afkomstige riviervis, waarvan exemplaren gevangen zijn in de Neder-Rijn, het Roterdamse havengebied en enkele Limburgse beken.

Voedsel: Allerlei bodemdiertjes.

Lengte to circa: 50cm

Bot

Herkenning: De bek en de ogen van deze platvis staan scheef op de kop. De rug- en anaalvin zijn zeer lang. Op de zijlijn en op de basis van de rug- en anaalvin komen kleine beenknobbeltjes voor, die ruw aanvoelen als men hierover van staart naar kop strijkt.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt voor in zee en in brakke tot zoete wateren, die in zee uitmonden. Trekt als een- of tweejarige vis de zeeopeningen in.

Voedsel: Hoofdzakelijk kleine kreeftachtigen, wormpjes en kleine vis.

Lengte tot circa: 50cm

Brasem

Herkenning: Kleine exemplaren kunnen verward worden met de kolblei. Aantal rijen schubben boven de zijlijn bedraagt 12 tot 14. De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek. De bek is onderstandig en ver uitstulpbaar.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in allerlei watertypen.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen en wormpjes

Lengte afgebeelde vis: 40cm

Uitgebreide informatie:

De brasem is een sterk zijdelings afgeplatte vis met een kleine kop en bek. Rugvin is vrij kort en de anaalvin vrij lang. Deze vis kan een lengte van 80 cm. bereiken.

Eenjarige brasem is nagenoeg egaal zilverachtig gekleurd met een iets donkerde rug en doorzichtige vinnen. Oudere brasems, vooral mannetjes zijn geheel bronsbruin met zeer donkergrijze vinnen. Het oudere vrouwtje is lichter van kleur.

Brasem wordt vaak verward met kolblei maar bij brasem zijn de schubben kleiner, er zijn van de zijlijn tot de rugvin 12 tot 14 schubben (1). De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek(2). De bek is onderstandig d.w.z. het bovenste gedeelte langer dan het onderste gedeelte, en ver uitstulpbaar (3).

De brasem komt zeer algemeen voor in stilstaand en rustig stromend water. Grote brasems vindt men in ruim diep water met een modderbodem en weinig plantengroei. In de winter zoeken de brasems in grote groepen rustplaatsen op in diep water .

Bronforel

Herkenning: Over het gehele lichaam verspreid, inclusief de vinnen maar uitgezonderd de buik, komen zwarte stippen voor.Over beide zijden loopt een horizontale purperen band. Er is een vetvin aanwezig.

Verspreiding: Uitheems, vrij zeldzaam. Komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Wordt uitgezet in o.a. het brakke Veerse meer en sommige andere Delta-wateren. Uitzetting vindt ook plaats in kleine intensief beviste hengelwateren.

Voedsel: Voornamelijk insecten, insectenlarven, kreeftachtigen en soms kleine vissen

Lengte afgebeelde vis: 60cm

Lengte to circa: 100cm

Bruine Amerikaanse Dwergmeerval

Herkenning: Kan worden verward met de zwarte Amerikaanse dwergmeerval. Er zijn 8 bekdraden aanwezig, waarvan 4 op de onderkaak, 2 in de hoeken van de bek en 2 op de kop. De stekels van de borstvinnen zijn aan de binnenkant sterk getand. Er is een vetvin aanwezig.

Verspreiding: Ingeburgerd, zeldzaam. Oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Komt plaatselijk voor in Noord-Brabant en Limburg. Wordt ook wel aangetroffen in het Hollandse plassengebied en in wateren rond Amsterdam. Wordt soms vrijgelaten uit aquaria.br> Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, slakjes, visjes en soms plantendelen.

Lengte afgebeelde vis: 24cm

Lengte to circa: 45cm

(Diklip)harder

Herkenning: Er zijn drie hardersoorten: De diklip-, de dunlip- en de goudharder. De drie soorten vertonen een grote gelijkenis. Er zijn 2 korte gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste 4 stekels heeft. De brede bek is eindstandig.

Verspreiding: Harders, waarvan de diklip het meest algemeen is, komen vooral in de kustwateren voor. De minder algemene dunlip wordt ook wel sporadisch in het zoete water aangetroffen.

Voedsel: Hoofdzakelijk algen.

Driedoornige Stekelbaars

Herkenning: Vóór de rugvin bevinden zich 2-4 stekels. Rug- en anaalvin bevinden zich ver naar achteren. De mannetjes hebben in de paaitijd een rode keel en buik en een blauw oog.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in zoete, brakke en zoute wateren. Een deel van de driedoornige stekelbaarzen zwemt vanuit zee het binnenland in om te paaien.

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton.

Lengte afgebeelde vis: 5cm

Lengte tot circa: 10cm

Elft

Herkenning: Kan worden verward met de Fint. Zwarte schoudervlek, soms nog gevolgd door 1 of 2 zwarte vlekken. De ogen zijn bedekt met een doorzichtig vlies. Het lichaam is hoger gebouwt dan dat van een Fint

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Deze trekvis is uit onze wateren verdwenen.

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton

Lengte to circa: 70cm

Elrits

Herkenning: De bek is eindstandig. Op de zijden bevinden zich donkere vlekken. De mannetjes tonen in de paartijd een felgekleurd paaikleed.

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Wordt plaatselijk in de Limburgse Geul en in een beek op de Oostelijke Veluwe aangetroffen.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven en kleine kreeftachtigen.

Lengte afgebeelde vis: 12cm

Lengte to circa: 13cm

Fint

Herkenning: Lijkt veel op de Elft. Zwarte schoudervlek, vaak gevolgd door een aantal zwarte stippen. De ogen zijn bedekt met een doorzichtig vlies.

Verspreiding: Zeldzaam. Komt soms voor in zoete wateren die (via sluizen) in zee uitmonden.

Voedsel: Bestaat voornamelijk uit dierlijk plankton en kleine vis

Lengte afgebeelde vis: 38cm

Lengte to circa: 55cm

Gestippelde Alver

Herkenning: De bek is eindstandig. De zijlijn is gebogen en aan weerszijden omgeven door zwarte streepjes.

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Reeds lang uit de Nederlandse wateren (riviertjes en beken) verdwenen. Onlangs echter weer ontdekt in enkele Limburgse beken.

Voedsel: insecten, insectenlarven, kleine kreeftachtigen en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 12cm

Lengte to circa: 15cm

Giebel

Herkenning: Op de zijlijn van de giebel of wilde goudvis komen 28-31 schubben voor. De eerste vinstraal is tamelijk hard en getand. De rand van de rugvin is hol ingesneden. De gekweekte goudvis is een kleurvariëteit van de giebel.

Verspreiding: Ingeburgerd, vrij zeldzaam. De giebel wordt in ons land plaatselijk aangetroffen in allerlei wateren.

Voedsel: Voornamelijk kleine diertjes en plantaardig materiaal.

Lengte afgebeelde vis: 20cm

Lengte to circa: 45cm

Goudvis

Herkenning: Op de zijlijn van de goudvis komen 28-31 schubben voor. De eerste vinstraal is tamelijk hard en getand. De rand van de rugvin is hol ingesneden. De gekweekte goudvis is een kleurvariëteit van de giebel.

Verspreiding: Uitheems. Werd oorspronkelijk in China en Japan gekweekt. Komt in ons land voornamelijk als siervis voor in tuin- en parkvijvers. Ook vormvariëteiten zoals sluierstaarten, worden veelvuldig als siervis gehouden. Vaak losgelaten of ontsnapt.

Voedsel: Voornamelijk kleine diertjes en plantaardig materiaal.

Lengte afgebeelde vis: 9cm

Lengte to circa: 30cm

Graskarper

Herkenning: Kan verward worden met de kopvoorn. Onder de zijlin, geteld in de richting van de pijl, 5 ruien schubben (de schub op de zijlijn niet meegeteld). Onderscheidt zich van de karper door het ontbreken van bekdraden aan de stevige eindstandige bek en door de korte rugvin.

Verspreiding: Uitheems. Oorspronkelijk afkomstig uit China. Naar Nederland gehaald ten behove van het waterplantenbeheer. Plant zich in ons land niet voort.

Voedsel: Zachte waterplanten.

Lengte afgebeelde vis: 70cm

Lengte to circa: 120cm

Grootkopkarper

Herkenning: De grootkopkarper lijkt sterk op spiegelkarper. De grootkopkarper heeft een kortere kiel onder de buik.

Verspreiding: Uitheems. Deze van oorsprong uit China afkomstige karper kan in ons land worden aangetroffen. Via de grote rivieren komt een enkele maal een uitgezet exemplaar van dit soort ons land binnen.

Voedsel: Voornamelijk algen.

Lengte to circa: 100cm

Grote Marene

Herkenning: Er is een vetvin aanwezig. De bek is vrijwel onderstandig, de bovenkaak steekt voor de onderkaak uit. Op de zijlijn liggen 95-98 schubben.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Wordt zo nu en dan in de Nederlandse wateren aangetroffen..

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton

Lengte to circa: 70cm

Grote Modderkruiper

Herkenning: 10 bekdraden aanwezig, waarvan 4 op de onderlip, 2 in de hoeken van de bek en 4 op de bovenlip. Over het lichaam lopen donkere banden in lengterichting.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt voor in vele wateren maar is zelden talrijk.

Voedsel: Voornamelijk bodemdiertjes zoals wormpjes en insectenlarven.

Lengte afgebeelde vis: 18cm

Lengte to circa: 25cm

Gup

Herkenning: Vorm en kleur van de gup zijn vooral bij mannetjes zeer variabel.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. In ons land ingevoerd als aquariumvis. Losgelaten exemplaren handhaven zich door koelwater verwarmde wateren bij enkele industrieën en elektriciteitscentrales.

Lengte afgebeelde vis: 4cm

Lengte: mannetjes tot ca. 3cm, vrouwtjes tot ca. 6cm

Houting

Herkenning: Lange vlezige neus boven kleine onderstandige bek. 80-90 schubben op de zijlijn. Er is een vetvin aanwezig.

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Kwam vroeger voor in de grote rivieren, maar is nu verdwenen uit de Nederlandse binnenwateren. Vanaf 1997 weer enkele meldingen in IJselmeer en Waal.

Voedsel: Dierlijke organismen, met voorkeur voor dierlijk plankton

Lengte afgebeelde vis: 37cm

Lengte to circa: 50cm

Kleine Marene

Herkenning: Er is een vetvin aanwezig. Op de zijlijn liggen 82-84 schubben. De bek is bovenstandig.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Is in de 20e eeuw enkele malen in ons land aangetroffen.

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton

Lengte to circa: 30cm

Kleine Modderkruiper

Herkenning: Er zijn 6 korte bekdraden, waarvan 4 op de bovenlip en 2 in de hoeken van de bek. Op de flanken ligt een rij grote donkerbruine vlekken. Ook de kop, de rug en de rug- en staartvin zijn gevlekt. Onder het oog bevindt zich een gevorkt stekeltje .

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt plaatselijk, soms talrijk, voor in uiteenlopende watertypen, maar heeft een voorkeur voor schone, heldere wateren.

Voedsel: Voornamelijk kleine diertjes zoals insectenlarven en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 12cm

Lengte to circa: 13cm

Kolblei

Herkenning: Wordt vaak verward met kleine exemplaren van de brasem. Aantal rijen schubben boven de zijlijn bedraagt 8 tot 10. De oogdiameter is groter dan de afstand van het oog tot de punt van de bek.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in allerlei watertypen.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen, wormpjes en dierlijk plankton

Lengte afgebeelde vis: 16cm

Lengte to circa: 35cm

Kopvoorn

Herkenning: Kan worden verward met de graskarper. Onder de zijlijn liggen 3-4 rijen schubben. Het lichaam is cilindrisch, de kop tamelijk plat en breed. De anaalvin is bolrond.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het stroomgebied van de Limburgse Maas. Komt ook elders in de grote rivieren en een aantal beken voor.

Voedsel: insecten, insectenlarven, weekdieren, soms plantendelen en kleine vis.

Lengte afgebeelde vis: 40cm

Lengte to circa: 65cm

Kroeskarper

Herkenning: Op de zijlijn liggen 33-36 schubben. De rugvin is bolrond. De 5e of de 6e vinstraal is het langst. Bekdraden ontbreken.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt voor in stilstaande wateren met veel plantengroei en een zachte bodem.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, plantendelen, dierlijk plankton en slakjes.

Lengte afgebeelde vis: 30cm

Lengte to circa: 50cm

Kwabaal

Herkenning: Onder de bek bevindt zich 1 kindraad. er zijn 2 rugvinnen waarvan de achterste (vinzoom) doorloopt totaan de staartvin. De buikvinnen bevinden zich voor de borstvinnen.

Verspreiding: Zeldzaam. Komt in kleine aantallen voor in met name het Utrechtse plassengebied, in Friesland en in de grote rivieren.br> Voedsel: Kreeftachtigen en kleine vis.

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 60cm

Meerval

Herkenning: Er zijn 6 bekdraden aanwezig, waarvan 2 op de onderkaak, 2 in de hoeken van de zeer brede bek en 2 lange sprieten op de kop vóór de zeer kleine ogen. De opvallend kleine rugvin bevind zich ver naar voren op het lichaam. Op het achterste deel van het lichaam is aan de onderzijde een vinzoom aanwezig.

Verspreiding: Zeldzaam. Komt voor in de Westeinderplassen en de daarmee in verbinding staande wateren. Wordt ook regelmatig in de rivieren en op andere plaatsen gevangen.

Voedsel: Voornamelijk vis.

Lengte afgebeelde vis: 80cm

Lengte to circa: 250cm

Pos

Herkenning: De rugvin bestaat uit een gedeelte met harde stekels en een gedeelte met zachte stekels. Het lichaam, inclusief de staart- en rugvin is getekend met donkere vlekjes.

Verspreiding: Algemeen. Komt met name in de grotere wateren en het IJselmeer voor.

Voedsel: Hoofdzakelijk insectenlarven en kleine kreeftachtigen.

Lengte afgebeelde vis: 15cm

Lengte tot circa: 20cm

Regenboogforel

Herkenning: De bovenkaak loopt door tot ver achter het oog. De voorrand van de buik-, borst- en anaalvinnen is lichtgekleurd met zwarte omranding. De staartvin is eveneens zwart omrand. Er is een vetvin aanwezig. De rug is gemarmerd licht/donker getekend. Verspreiding: Uitheems. Komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Uitgezette exemplaren soms in Geul en Maas.

Voedsel: Voornamelijk insecten, insectenlarven, kreeftachtigen en soms kleine vissen

Lengte afgebeelde vis: 30cm

Lengte to circa: 50cm

Rivierdonderpad

Herkenning: De 2 rugvinnen grenzen aan elkaar, het achterste deel is beduidend langer dan het voorste deel. Op het kieuwdeksel bevindt zich een omhoog wijzend stekeltje. De ogen liggen dicht bij elkaar boven op de kop. Schubben ontbreken.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt in geringe aantallen voor in beken. Heeft een voorkeur voor een harde, stenige bodem. In groter aantal te vinden in grote rivieren en meren met stenen oevers.

Voedsel: Hoofdzakelijk insectenlarven, wormpjes en kleine kreeftachtigen.

Lengte afgebeelde vis: 12cm

Lengte tot circa: 15cm

Riviergrondel

Herkenning: De bek is onderstandig. Er zijn 2 bekdraden aanwezig, 1 in elke hoek van de bek

Verspreiding: Algemeen. Komt niet alleen voor, in rivieren, maar ook plaatselijk in diverse stilstaande wateren.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 9cm

Lengte to circa: 20cm

Rivierprik

Herkenning: De zuigbek is voorzien van een raspschijf, deze is bezet met een klein aantal tandjes. Er zijn aan elke zijde 7 kieuwopeningen. De zijden en de buik zij zilverkleurig. Bij geslachtsrijpe dieren is de rug egaal zwart.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt in gering aantal voor in de rivieren en beken. Wordt in zoetwater geboren maar trekt na 3 a 4 jaar naar zee en groeit daar verder op. Keert na enkele jaren weer terug naar het zoete water om zich daar voort te planten.

Voedsel: Volwassen prik leeft als parasiet op andere vissen in brak en zout water.

Lengte afgebeelde vis: 39cm

Lengte to circa: 40cm

Roofblei

Herkenning: De punt van de onderkaak valt in een kuiltje van de bovenkaak. De brede, schuin omhoog gerichte, bek loopt door tot onder het oog.

Verspreiding: Uitheems, zeldzaam. Komt van oorsprong uit het stroomgebied van de Donau en Oost-Europa. Wordt steeds vaker in de grote rivieren en daarmee verbonden wateren gevangen.

Voedsel: insecten, insectenlarven en vis.

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 100cm

Ruisvoorn

Herkenning: De bek is bovenstandig. Voorzijde rugvin duidelijk achter voorzijde buikvinnen.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in ondiepe plantenrijke wateren.

Voedsel: Voornamelijk insecten en insectenlarven, soms plantdelen.

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 45cm

(Schub)karper

Herkenning: In de Nederlandse wateren komen van de karper 4 verschillende beschubbingstypen voor. Deze typen worden aangeduid als schubkarper, spiegelkarper, rijenkarper en naaktkarper. Er zijn 4 bekdraden aanwezig, waarvan 2 in de hoeken van de bek en 2 kortere op de bovenlip. De rand van de rugvin is hol ingesneden. De voorste vinstraal van de rugvin is stevig en getand.

De Rijenkarper is van de andere karpertypen to onderscheiden door het voorkomen van een enkele rij grote schubben op de zijlijn.

De Naaktkarper is van de andere karpertypen te onderscheiden doordat geen of slechts enkele schubben aanwezig zijn.

Verspreiding: Ingeburgerd, algemeen. Komt door uitzettingen in veel wateren voor.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen, weekdieren en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 60cm

Lengte to circa: 120cm

Serpeling

Herkenning: Kan worden verward met de blankvoorn. De bek is onderstandig. De rand van de rug- en anaalvin is hol ingesneden. De iris is geelachtig.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt voor in rivieren en beken, maar is daar sterk achteruit gegaan.

Voedsel: insecten, insectenlarven en andere kleine diertjes.

Lengte afgebeelde vis: 18cm

Lengte to circa: 30cm

Sneep

Herkenning: De bek is onderstandig en ligt onder een vooruitstekende neus. De hoornig, hard aanvoelende lippen vormen een vrijwel rechte spleet. Op de zijlijn liggen 56-61 schubben.

Verspreiding: Zeldzaam. Wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het stroomgebied van de Limburgse Maas maar komt stroomafwaarts ook voor.

Voedsel: De sneep schraapt het voedsel, bestaande uit algen en kleine diertjes, met zijn bek van de stenen.

Lengte afgebeelde vis: 18cm

Lengte to circa: 50cm

Snoek

Herkenning: Anaalvin en rugvin bevinden zich ver achterwaarts op het lichaam. De kop loopt uit in een platte brede bek. Het lichaam is getekend met goudkleurige stippen of strepen.

Verspreiding: Algemeen. De snoek heeft een voorkeur voor heldere wateren, omgeven door plantenrijke oeverzones.

Voedsel: Zijn prooi bestaat hoofdzakelijk uit vis.

Lengte afgebeelde vis: 80cm

Lengte to circa: 140cm

Snoekbaars

Herkenning: De 2 rugvinnen zijn gescheiden, waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft. De bovenkaak loopt door tot achter het violet oplichtende oog.

Verspreiding: Ingeburgerd, algemeen. Komt voor in troebele en diepe heldere wateren. Heeft daarbij voorkeur voor een stevige bodem.

Voedsel: Hoofdzakelijk kleine vis.

Lengte afgebeelde vis: 50cm

Lengte tot circa: 120cm

Spiegelkarper

Herkenning: De spiegelkarper is van de andere karpertypen te onderscheiden doordat over het gehele lichaam een aantal onregematig geplaatste schubben van verschillende grootte voorkomen.

Verspreiding: Ingeburgerd, algemeen. Komt door uitzettingen in veel wateren voor.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen, weekdieren en wormpjes.

Lengte afgebeelde vis: 40cm

Lengte to circa: 120cm

Spiering

Herkenning: Er is een vetvin aanwezig. De bek is bovenstandig. De spiering heeft een kenmerkende komkommmergeur.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt wel algemeen voor in de kustprovincies, het IJselmeer en de daarmee in verbindingstaande wateren. Ook in de Waddenzee en de kustwateren leeft Spiering.

Voedsel: Dierlijk plankton en kleine kreeftachtigen. Grote Spiering eet ook wel vis, meestal kleine soortgenoten.

Lengte afgebeelde vis: 14cm

Lengte to circa: 20cm

Steur

Herkenning: 4 Bekdraden bij de uitstulpbare, onderstandige bek In plaats van schubben zijn er 5 rijen beenplaten aanwezig. De bovenste staartlob is groter an de onderste.

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Leeft als trekvis in zoet en zout water, maar is uit onze binnenwateren als populatie verdwenen. In de Noordzee wordt nog zeer sporadisch een steur gevangen. In de binnenwateren worden regelmatig ontsnapte of uitgezette exemplaren van gekweekte steursoorten aangetroffen. (Sterlet, Siberische en Russische steur) (Het onderscheid is moeilijk)

Voedsel: Hoofdzakelijk kleine bodemdiertjes.

Lengte to circa: 4m

Tiendoornige Stekelbaars

Herkenning: Vóór de rugvin bevinden zich 9-11 stekels. De buik is zilverkleurig. Rug- en anaalvin bevinden zich ver naar achteren.

Verspreiding: Algemeen. Heeft een voorkeur voor kleine, plantenrijke wateren.

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton.

Lengte afgebeelde vis: 4cm

Lengte tot circa: 7cm

Vetje

Herkenning: Op het zichtbare gedeelte van de zeer korte zijlijn liggen 7-13 schubben. De bek is bovenstandig.

Verspreiding: Vrij zeldzaam. Komt plaatselijk in groter aantal voor, zowel in kleine stilstaande wateren als in grote plassen. Wordt ook gevonden in beken en kleine rivieren. De aanwezigheid van het vetje wordt vaak niet opgemerkt.

Voedsel: Voornamelijk dierlijk plankton en plantaardig materiaal.

Lengte afgebeelde vis: 7cm

Lengte to circa: 12cm

Vlagzalm

Herkenning: De rugvin (vlag) is zeer lang en hoog. Op het lichaam komen zwarte stippen voor. Er is een vetvin aanwezig. De vis ruikt naar tijm.

Verspreiding: Zeer zeldzaam. Kwam incidenteel in de Nederlandse beken voor. In een klein aantal beken wordt getracht door uitzetting een natuurlijke vlagzalmstand terug te krijgen.

Voedsel: Voornamelijk insecten, insectenlarven, en kleine vis

Lengte afgebeelde vis: 28cm

Lengte to circa: 50cm

Winde

Herkenning: De kleine bek is eindstandig. De rand van de anaalvin is ingesneden. Op de zijlijn liggen 56-61 schubben.

Verspreiding: Algemeen. Vooral in het IJselmeer en aangrenzende wateren, in de Biesbosch en het Haringvliet en elders in de grote rivieren. Kan door uitzetting ook voorkomen in afgesloten wateren.

Voedsel: insecten, kleine kreeftachtigen en soms ook kleine witvis.

Lengte afgebeelde vis: 35cm

Lengte to circa: 80cm

Zalm

Herkenning: Er is een vetvin aanwezig. Tussen de achterkant van de vetvin en de zijlijn liggen 10-13 rijen schubben. De bovenkaak loopt door tot achter het oog.

Verspreiding: Zeldzaam. Zalm trekt vanuit zee de rivieren op om zich in de beken aan de bovenloop voort te planten. Uit de Nederlandse rivieren is de zalmstand verdwenen. Wordt zo u en dan nog wel eens aangetroffen.

Voedsel: Voornamelijk insecten, insectenlarven, kreeftachtigen en vis

Lengte to circa: 150cm

Zeeforel

Herkenning: Kan worden verward met de zalm. Heeft een vetvin. Tussen de achterkant van de vetvin en de zijlijn liggen 14-17 rijen schubben. De bovenkaak loopt door tot achter het oog. Op het lichaam komen zwarte, min of meer kruisvormige, vlekjes voor.

Verspreiding: Zeldzaam. Wordt in toenemende mate aangetroffen in het IJselmeer en de rivieren, maar komt meer voor langs de Noordzeekust en de Wadden.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kreeftachtigen en vis

Lengte afgebeelde vis: 60cm

Lengte to circa: 120cm

Zeelt

Herkenning: De iris van het oog is oranje gekleurd. De vinnen zijn bolrond. Er zijn 2 korte bekdraden aanwezig. Onder de dikke slijmhuid bevinden zich op de zijlijn 95-120 kleine schubben.

Verspreiding: Algemeen. Komt voor in wateren met veel plantengroei en een zachte bodem.

Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, wormen en slakjes.

Lengte afgebeelde vis: 40cm

Lengte to circa: 60cm

Zeeprik

Herkenning: De zuigbek is voorzien van een raspschijf, deze is bezet met een klein aantal tandjes. Er zijn aan elke zijde 7 kieuwopeningen. Het lichaam is licht/donker gevlekt.

Verspreiding: Zeldzaam. Trekt vanuit de zee de rivieren op om te gaan paaien.

Voedsel: Volwassen prik leeft als parasiet op andere vissen in brak en zout water.

Lengte afgebeelde vis: 80cm

Lengte to circa: 90cm

Zilverkarper

Herkenning: De zilverkarper lijkt sterk op grootkopkarper.

Verspreiding: Uitheems. Deze van oorsprong uit China afkomstige karper kan in ons land worden aangetroffen. Via de grote rivieren komt een enkele maal een uitgezet exemplaar van dit soort ons land binnen.

Voedsel: Voornamelijk algen.

Lengte afgebeelde vis: 70cm

Lengte to circa: 100cm

Zonnebaars

Herkenning: Op het kieuwdeksel bevindt zich vaak een oranje-rode, zwart omrande vlek. De rugvin bestaat uit één geheel, waarin echter een gedeelte met harde stekels en een hoger gedeelte met zachte stekels zijn te onderscheiden. Het lichaam is opvallend getekend met blauwachtige flanken, bezet met geelbruine en rode vlekjes.

Verspreiding: Ingeburgerd, zeldzaam. Komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Wordt in ons land voornamelijk aangetroffen in vennen en plantenrijke wateren in Noord Brabant. Verder op sommige plaatsen in en langs de Limburgse Maas en in Noord- en Zuid Holland.

Voedsel: Hoofdzakelijk dierlijk plankton, insecten(larven) en visbroed.

Lengte afgebeelde vis: 14cm

Lengte tot circa: 15cm

Zwarte Amerikaanse Dwergmeerval

Herkenning: Kan worden verward met de bruine Amerikaanse dwergmeerval. De buitenste rand van de anaalvin steekt donker af bij de rest van de anaalvin. Er zijn 8 bekdraden aanwezig, waarvan 4 op de onderkaak, 2 in de hoeken van de bek en 2 op de kop. De stekels van de borstvinnen zijn aan de binnenkant niet of zwak getand. Er is een vetvin aanwezig.

Verspreiding: Uitheems, zeer zeldzaam. Oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Er zijn slechts enkele waarnemingen bekend.

Voedsel: Insectenlarven, slakjes, visjes en plantendelen.

Lengte afgebeelde vis: 22cm

Lengte to circa: 35cm